Schoolgang

‘Ga je maar melden!’ Regelmatig hoorde ik deze woorden toen ik nog een klein Jelletje was. En daar ging ik dan weer: ogen op stralend blauw en de rest van mijn hoofd in standje onschuldig, op naar de rector. Maar ik had altijd zúlke goede grappen, dat hij er stiekem gewoon lol om had.

Twee dingen zorgden ervoor dat ik regelmatig de gangen bekeek in plaats van het klaslokaal: ik praatte nogal veel maar vooral was ik actief participant aan alle grappen die je maar kunt verzinnen. Het daarop volgende strafwerk was dan maar zo, ik vond school fantastisch. Maar voor ik verder schrijf: ode aan alle leraren. Jullie hebben het niet altijd makkelijk!

Meneer Wiskunde gaf graag de straftaak om in iedere cm2 van het wiskundepapier het woord ‘dom’ of ‘ezel’ te schrijven. Volkomen nutteloos. Alhoewel, we leerden om pennen te vermenigvuldigen met behulp van plakband, zodat je acht keer in het kwadraat ‘dom’ kon schrijven. Wie is er nou dom?

Op dinsdag startten we bij de techniekmeneer, mijn inziens niet het meest capabele mens voor het onderwijs. Hij schreeuwde regelmatig heul hard, meldde mij dan luid neus-tegen-neus dat ik beter op de kleuterschool thuis hoorde als ik zoveel praatte. Als dank verzon ik een machtig mooie kleutergrap voor hem. Daar ik het voorgezet onderwijs op een christelijke school volgde, begon de dag met een stichtelijk lied. Meneer had de zeldzame gewoonte om de eerste regel van het lied voor te spelen op zijn, jawel, blokfluit. Waarna hij dan uit volle borsten inzette (één borst staat echt niet in verhouding met het volume wat hij produceerde). Wij volgden gewillig en met 300% minder volume. Je snapt de grap: ik had de klasgenootjes overgehaald om na het piepende blokfluitspel gewoon niet mee te zingen. Het was dik genieten: werkelijk ie-der-een hield de kaken op elkaar en meneer brulde helemaal in zijn eentje tot hij na driekwart zin abrupt stil viel. Hij pakte me terug met het enige slechte cijfer op mijn rapport, vond ik niet eerlijk.

Mevrouw Scheikunde was licht ontvlambaar. Ik had weer net één zin te veel gezegd (pf!) en ze eiste dat ik klassikaal mijn spijt zou betuigen en zeggen dat ik het niet meer deed. Ik verkondigde: ‘Nee hoor, het spijt me namelijk helemaal niet. Ik ga ook niet zeggen dat ik het niet meer doe. Als ik het dan per ongeluk nóg een keer doe, dan hangt u me eraan op.’ Op een kweekschaaltje van 1 tot 10, zat ze dicht tegen de ontploffende 10 aan. Mevrouw stampte driftig mee richting rector. Die deed net of hij boos was en stuurde mij met een knipoog weg zodra zij haar hielen gelicht had. Mijn mentor zei na dit incident: ‘Je bent niet brutaal, je bent eigenlijk gewoon heel eerlijk.’ Die heb ik onthouden hè.

Iedereen pikte een graantje mee van mijn overweldigende puberhumor, eerlijk zullen we alles delen. Mijn afsluitende grap was daarom de fabel die ik voor Nederlands moest schrijven. Ik gebruikte voor alle dieren de voornamen van de leraren en was zelf bereblij met het avontuur wat o.a. directeur Ruud Rund, rector Thomas Teckel en leraren Wim Wezel en Koos Konijn beleefden. In de lerarenkamer hebben ze er hartelijk om gelachen, al vond godsdienstleraar Anton Akkermuis het ‘niet gepast.’

Toen mijn zusje op school kwam en zich voorstelde, zei de leraar: ‘Je bent toch géén zusje van hè…’ Zéker wel! And you’d better be proud, sis. Anders ken ik nog wel een goede grap voor je.

♥ Jell

No Comments

Leave a Comment