Zuivere koffie

Ik wil graag mijn excuses aanbieden. Aan de beste vriend van mijn vriend. Hij kan (onder andere) fantastisch vloeren en wanden betegelen en heeft er zijn werk van gemaakt. Vanmorgen was hij druk in het toilet van mijn vriend. Met tegelen. Toen ik een bakje thee ging maken voor mezelf, lag het op het puntje van mijn tong om te roepen: ‘Wil je ook een bakje thee?’ Maar ik durfde niet zo goed.

Het is niet zo dat ik verlegen ben, verre van dat! Maar stél je voor dat hij zou zeggen: ‘Doe mij maar koffie.’ Want hij drinkt koffie… Ik heb een kleine negatieve ervaring met het zetten van koffie voor mannen, die voor me aan het werk zijn. Dus… vroeg ik hem helemaal niets en sloop op mijn tenen naar de waterkoker, om met half-lauw water van een uur eerder, een stiekem egoïstisch kopje thee voor mezelf te maken.

Zes jaar geleden, toen ik mijn huurhuis betrok, kreeg ik van de woningbouwvereniging een nieuwe badkamer. Helemaal blij was ik er mee, want bruin met bruin was zo 1980. Terwijl ik aan het klussen was in de woonkamer, leefden mijn werkmannen zich uit in de badkamer. En daar waren de gastvrouw-skills: ‘Lusten jullie een bakje koffie?!’ Vol trots heb ik ze mijn koffie gevoerd, ze keken me dankbaar aan. Kleine noot: Ik was toentertijd de trotse bezitter van een mooi ouderwets koffiezakjes-met-koffiedrab-apparaat, een Senseo ging boven mijn budget.

De volgende morgen stak één van de werkheren zijn hoofd om de hoek van mijn woonkamer en vroeg: ‘Zeg, wil jij een bakkie thee?’ Ik, enorm gevleid, bedacht direct dat dit toch wel de meest ideale man op aarde moest zijn. Hij ging vlijtig aan de slag in mijn keuken, kastdeurtjes klepperden en de waterkoker kookte. Ik zat me te verkneukelen om deze ongekende luxe en onderzocht direct op Facebook of hij al dan niet vrijgezel was. Mijn liefde groeide toen hij, naast het glas thee, ook met een uit mijn kast opgediept schoteltje aankwam, waarop twee klontjes suiker en een lepeltje lagen. Schattig trots zei hij: ‘Die suikerklontjes komen uit mijn koelbox hoor, ik wist niet of je suiker wilde.’ Nou jongen, stel dat ik thee nooit met suiker had gedronken, dan zou ik het vandaag gewoon doen.

Helaas vervloog mijn droom net zo snel, als de geur van vers gezette koffie. Hij zei: ‘Ik heb ook even koffie voor mezelf gezet hoor.’ Ik vond het fijn, dat ik hem het gevoel gaf thuis te zijn, dus ik vond alles best. Het stralen verging me snel, want er kwam een verklaring. ‘Ja, want gisteren kreeg ik koffie van jou en die was zo vreselijk vies, dat ik ‘s avonds nóg kramp in mijn buik had.’ Ik was even in de bonen, op dat exacte moment ontstond het: de angst dat ik al-tijd ie-der-een een goor bakkie pleur voorschotel.

Mijn gevoel van opluchting was daarom ook onbeschrijfelijk, toen mijn collega me een oud Senseo-apparaat aanbood. Ook niet de beste koffie, maar er kan in ieder geval niets misgaan qua dosering. Echter die Senseo had ik vanmorgen niet tot mijn beschikking, die stond fijn in Lekkerland. Ter plaatse was alleen een enge pot met instantkoffie, waarvan ik niet wist hoeveel scheppen er in een kopje moesten. En dus vindt mijn vriend vanmiddag wellicht een uitgedroogde tegelaar in zijn toilet. Maar hé, wanneer ik de situatie positief bekijk, heb ik hem géén maagkramp bezorgd. Graag gedaan vriend!

♥ Jell

Column De Kantlijn – Nr 02 – Oktober 2018

Mij altijd volgen kan op Facebook

No Comments

Leave a Comment