Tandensmiley

Ik ben bijna dood gegaan bij de tandarts. Niet van angst hoor, welnee.

Mijn vorige tandarts noemden wij in de familie licht oneerbiedig ‘de octopus’, omdat hij van die lange armen had. Hij slingerde eerst een meter arm door de kier van de deur voor een stevige handdruk, daarna kwam de rest van de tandarts. Maar hoe goed hij ook was, hij verbleekt bij mijn huidige tandarts. Zijn missie: ‘De patiënt moet met plezier naar de tandarts gaan.’ Nou, lol hebben we hoor!

De eerste keer dat we kennis maakten, moest de stoel even wachten. De tandarts en mijn zoontje gingen namelijk eerst online op zoek naar een M&M automaat. Daarna werd er gegoogled naar een foto van een bekende voetballer. Toen pas was het tijd voor de stoel, de kleine man was inmiddels volledig op zijn gemak.

Deze maand moesten we weer, gaatjes vullen. Stom. Ik wilde liever geen verdoving, want ik heb een lichte naalden-angst. Daarnaast heb je dan nog een uur een lekke lip: kwijl en thee loopt zo je kraagje binnen. Maar de tandarts, met een licht buitenlands accent, zei: ‘Voel je niets van hoor mama, tot vijf tellen en dan is het gebeurd.’ Achteraf was ik blij, want ik kreeg de zenuwen van die boor, die écht niet dieper kon.

Het fijne is, dat je zo’n idioot ‘wie niet lachen wil bij de tandarts, zal vanaf nu twintig minuten zijn tanden bloot lachen’-mondstuk krijgt. Dat geeft de situatie dat je achterover ligt en niet normaal kunt slikken. Je lippen krijg je niet meer op elkaar, die worden met uitscheuren bedreigd. Praten: onmogelijk. Aan de ene kant stond de tandarts met de boor, aan de andere kant de assistente met de mini stofzuiger om de vochtschade te beperken. En achter me een jongeman die alles op de lip volgde. De tandarts stelde af en toe een vraag, in de trant van: ‘Gaat het goed mama?’ Ik knikte en produceerde iets als: ‘nga hooj, aheen nge hik ngoet kijn.’ En dus ging hij door… ook met grapjes maken.

Ik voelde het al gaan kriebelen op een gegeven moment. Want als je in een zenuwslopende situatie niet mag lachen, wat doe je dan? Wel, dan krijg je een soort van opborrelende slappe lach. Die je tegen wilt houden, omdat witte jas no1 in je mond zit te wroeten en witte jas no2 over je heen gebogen staat. Maar na de zoveelste sterke grap van de tandarts, hield ik het écht niet meer en stikte ik bijna in een proest. Het moest eruit, letterlijk.

Het effect was verrassend. Doordat zich achter in mijn keel een meertje water had gevormd wat ik pertinent niet wilde doorslikken (daar dreef namelijk een halve kies in voor mijn idee), werd het een zogeheten prhoest! Ik sproeide al het water wat mijn huigje mogelijk had kunnen verzamelen er in volle vaart uit. Normaal gesproken doe je dan vooraf je mond dicht, maar eigen schuld, dikke tandarts: dát kon niet door dat mondstuk. De beste man hield het maar net droog, de apparatuur iets minder. De tandarts, die net halverwege zijn nieuwste grap was, schrok zich een ongeluk: ‘Gaat het wel schat?’ En toen hij zag dat ik het wel zou overleven, hielp hij me niet echt uit slappe-lach-land en zei tegen zoonlief: ‘Wow, zag je dat, mama was net een lama.’ Ik hou ook van jou, tandarts.

Op weg naar huis verzuchtte de kleine: ‘Hè, ik wilde dat ik nóg een gaatje had.’
Ik zeg: missie volbracht, jij gekke bekkentrekker!

♥ Jell

Column De Kantlijn – Nr 04 – December 2018

P.S. Heb jij ook je tanden bloot gelachen? Volg mijn Facebookpagina voor meer geJelldige stukjes.

No Comments

Leave a Comment