Stinkvis

Ik was mijn vis kwijt. Ik hoor je denken: hoe raak je nou in vredesnaam een vis kwijt? Iets met water enzo. Maar deze vis was anders, hij was al dood. En dus kwijt.

Op de markt is er de visboer. Een grote vriendelijke visboer, loopt moeilijk, waar ik direct medelijden mee had als je dan visboer bent en heel de dag moet staan. Maar hij houdt blijkbaar van zijn viskar, en ik heb wel de overtuiging dat je moet doen waar je van houdt. Dus staat hij heel de dag in zijn kar. Ik heb al eerder over hem geschreven en dat was een goeie grap: Het was druk bij de visboer. Ik stond daar samen met 15 bejaarden (waarvan er eentje voordrong tot mijn ergernis) én het slachtoffer van de grap van de visboer: een niet zo snuggere mannelijke dorpsgenoot. Hij bestelde 500 gram kibbeling. De visboer, die wel in was voor een grapje vroeg hem: ‘Mag het ook een pond zijn?’ Tóén was de beste man een beetje in de war, en zei alleen maar ‘eeeehm.’ De genadeloze visboer maakt het nog een beetje moeilijker en vroeg: ‘Of 5 ons, dat is ook geen probleem hoor.’ Toen er wat bejaarde mensen begonnen te grinniken (en ik ook want ik snapte hem ook), voelde hij zich toch een beetje in de maling genomen en zei wat verbolgen: ‘Het maakt mij niet uit, als het maar 500 gram is.’ Waarna het grinniken in de groep een besmuikt lachen werd en de man na het ontvangen van een zakje met zijn pondje vis snel het hoekje van de kar om sloop.

Maar… de verdwenen vis. Ik wilde graag makreel, lekker delen met het vriendje op zaterdagavond, ik had er al zin in. Maar ik wil dan niet zo’n hele vis, met kop en al. Ik vind vis heel lekker, maar het moet niet al te erg meer op een vis lijken. Ik heb het echt een keer geprobeerd hoor. Hele makreel, met huid en schub, op mijn aanrecht. Maar dat is niet aangenaam hoor. Het beest ligt je dan zo aan te kijken hè, met één dood oog. Omdraaien hielp niet, want daar had hij nóg zo’n oog. En maar blijven staren naar je, terwijl jij je mes in zijn onderbuik peurt om zijn binnenkant leeg te plukken. Thanks, but no thanks.

En dus vroeg ik de beste visman of ik misschien een makreel zonder lijf en leden mocht. En dat deed hij ‘want bejaarde mensen wilden vaak maar een halve omdat een hele teveel is.’ Nu was dat natuurlijk helemaal niet mijn reden, en ik voelde me met mijn 33 jaar ook echt niet aangesproken. Maar ik bedankte intern al die bejaarden, zelfs die ene die voordrong, want dankzij hen kon ik straks zorgeloos genieten van een gefileerd visje.

Ik wandelde keurig met vis richting de auto en voor mijn idee stopte ik de vis in mijn handtas. Maar achteraf wist ik níéts meer zeker. Ik had alles wat mee moest op het bovenste plankje van mijn koelkast gelegd: álles wat daar lag, moest mee. Ik toog richting een romantisch avondje vis eten, kom daar aan, wil alles uitpakken en… wég vis. Als ik iets kwijt ben, dan bedenk ik altijd waar ik het voor het laatst gezien heb. Maar waar had ik die kleine stinkerd voor het laatst gezien? Ik had dus even geen idee. Ik kon me werkelijk niet voorstellen dat hij nog thuis was, want álles meenemen van een plankje moet toch niet zo moeilijk zijn zou je denken. Leeg plankje is leeg plankje.

In paniek riep ik direct een hulplijn in, namelijk de familie-app met de boodschap: ‘Oké, ik ben mijn vis kwijt.’ Die konden daar natuurlijk helemaal niets mee, maar opperden wel wat plekken waar de vis zich verscholen kon houden, bijvoorbeeld ‘in de auto, maar dan ruik je het vanzelf een keer’ en ‘verloren? Dan is hij vast al opgevroten door een kat.’ Dat eerste was nou juist waar ik bang voor was: dat ik na een zonnige dag de auto in stapte en er dan groen weer uit struikelde, stukgaand van de rotte makrelenlucht.

Ik maakte dankbaar gebruik van hun tips en heb serieus 3x mijn handtas ondersteboven gehaald, want ‘vissen die mysterieus verdwijnen, kunnen ook weer mysterieus verschijnen’ zo dacht ik. En daarna ook mijn auto aan een grondige inspectie onderworpen. De buren stelden gelukkig geen vragen want ik lag met mijn benen buiten het passagiersportier om onder de bestuurdersstoel te zoeken naar verdwenen vis. ‘Ik ben mijn vis kwijt,’ had vast geen goed antwoord geweest voor mijn reputatie in de buurt. Alle hoeken en gaten in de auto bevoeld, maar geen vis.

Uiteindelijk dacht ik: Misschien is hij van het plankje in mijn koelkast afgeglibberd, op zoek naar een ingrediënt wat bij hem past. Dus ik weer op de familie-app gevraagd wie er even kon gaan kijken. De eerlijke vinder mocht het visje ook direct houden want na het weekend was hij toch niet meer eetbaar. Toen begon er natuurlijk een run op mijn visje. Mijn moeder won… én vond hem, eenzaam op het verder lege bovenste plankje van de koelkast. Ze heeft hem gedeeld met mijn zwager, en uiteindelijk waren er dus twee mensen gelukkig en deden wij romantisch zónder vis. Ik snap het nog steeds niet hoe makrelen zich onzichtbaar kunnen maken als ze niet mee willen om opgegeten worden. Uiteindelijk was het toch 1-0 voor de mensheid.

Afgelopen weekend heb ik het nogmaals geprobeerd. Ik heb zeker een kwartier geduldig gewacht op een héle gefileerde makreel (want halfjes is voor bejaarden) maar het was het waard: we hebben er enorm van genoten. Soms hè, moet je gewoon even wachten op dingen, dan zijn ze extra goed!

♥ Jell

P.S. Ik heb al best een leuke school visjes, wanneer je het gezellig vindt, kun je aansluiten via www.facebook.com/gejelldig.

No Comments

Leave a Comment