Dekbeddenland

Een paar jaar geleden had je het programma ‘Het beste idee van Nederland’. Ik stond iedere uitzending versteld van de uitvindingen die mensen doen, wat bedenken ze toch niet-nuttige dingen. Waar ik me echter het meest over verbaasde, was dat er in één uitzending wel vier of vijf simpele en minder simpele ideeën waren voor het vervangen van een dekbedhoes. Dit moet toch wel huishoud-debacle nummer één zijn. Ik bekeek met belangstelling de rits- en klittenband oplossingen en stellingen voor aan het hoofdeind of plafond. Het prototype van de meneer met de plafonduitvoering werkte niet helemaal. Zijn knijpers lieten niet los en het dekbed bungelde aan het plafond, wat me niet de meest logische plek leek. Hij vond het zelf heel handig, want ‘thuis werkte het prima’. Zul je altijd zien. Ik prefereer mijn kale plafond en accepteer daarmee af en toe tobben. Want tobben ís het, voor iemand van 1.68. 

Vooral het tweepersoonsdekbed is een uitdaging, maar na jaren heb ik er handigheid in. Met behulp van mijn tanden die fungeren als reserve-handen doe ik het volgende: Punt in de hoes, overpakken met mijn tanden (ik kan het inmiddels zonder kwijlvlekken) en mijn arm terughalen. Dan langzaam naar links werken terwijl ik elke keer met mijn tanden en handen over pak tot ik uiteindelijk het halve dekbed in mijn mond heb en de punten in mijn handen. In de laatste fase klim ik in z’n achteruit op de bedrand met het hele gevaarte in mijn armen en mond. Het is dan even kokhalzen omdat ik teveel dekbed in mijn mond hebt, balans zoeken, armen zo wijd mogelijk, mond open en dan schudden als een malle. Perfect!

Vorige week was het weer tijd voor de eendendonzen wintereditie. En hoewel een eend helemaal niet zo zwaar lijkt: als je heel veel eenden in je dekbed hebt zitten, is dat dekbed best wel loeizwaar.

Met dat loeizware dekbed begon ik de dekbedden-workout. Eerst zat het dekbed van 220×240 er overdwars in. Dat is de wet van Murphy hè, ik heb dat dus AL-TIJD: Ik begin het trucje met mijn armen en tanden en kom dan in de hoek 20 cm te kort. Altijd. Ik pelde het hele gevaarte vergezeld van een hoop gemopper weer uit zijn jasje en begon opnieuw: handje, tandje, bedrandje… En toen ging het een beetje mis. Want ik wilde wat schudden, maar mijn been zat verward in de hoes, ik verloor mijn evenwicht, het dekbed was te zwaar en ik denderde met dekbed en al van de bedrand af. Dat vond ik vervelend, ook wat gênant en het deed ook zeer. Want omdat mijn armen verstrikt zaten, had ik alleen mijn reserve-armen en tanden werkten in dit geval niet afdoende. Ik landde naast mijn bed, met mijn hoofd tegen de deur en mijn elleboog tegen het kastje. Weliswaar onder een donslaagje, maar op de verkeerde plek. 

Ik liet me natuurlijk niet kisten door een paar dooie eenden, dus ik heb me ontworsteld aan het dekbed en begon al scheldend voor de derde keer aan de exercitie, alles hing immers weer scheef in de hoes. En drie keer is scheepsrecht, ook in eendendonzendekbeddenland, want hij ligt inmiddels fijn te liggen.

Ik denk nu dat die mensen met dat beste dekbedden-idee gewoon ook een keer in zo’n penibele situatie terecht zijn gekomen, tussen het bed en het kastje. Vandaar de landelijke drift naar oplossingen!

Slaap lekker!

No Comments

Leave a Comment