Bedcident

Na bedflixen (=Netflixen in bed) vond ik het een paar weken geleden tijd voor een nieuw woord. Namelijk ‘bedcident’: een ongeluk, maar dan in bed. Het bestaat en ik ben het overlevende bewijs.

Het liefje en ik lagen de bewuste woensdag na een gezellig tv-avondje wat later in bed dan normaal, een uurtje of één was het wel. Bij voorkeur doen we dit wanneer we kunnen uitslapen. We hebben de volgende morgen rond wekkertijd standaard spijt van zo’n latertje. En een latertje wérd het, door een ietwat domme actie van mij.

Toen ik van zitten naar liggen wilde, leek het een jolig idee om me in volle vaart achterover te laten vallen. Dat kan doorgaans gewoon op een bed. Maar daar waar je normaal in de zachte wolk van het kussen belandt, had ik in het donker een kleine inschattingsfout gemaakt… Ik denderde keihard (ik herhaal: keihard) met mijn achterhoofd op het randje van het hoofdeind. Ik zei na de holle boink, verwoed wrijvend over de plek: ‘Neeee joh, het valt wel mee. Het klonk harder dan het ging.’ Was niet helemaal zo, maar domme acties moet je verbloemen. Tot er een paar minuten later iets kriebelde in mijn nek en ik met mijn vingers nattigheid voelde. Omdat ik in het donker niet kan zien, deed ik de proef-proef: wie niet zien kan, moet maar likken. Ik likte aan mijn vingers en proefde: bloed. ‘Ehm, ik wil de vredige sfeer niet verpesten, maar ik denk tóch dat ik een gat in mijn hoofd heb.’ Tandensmiley.

En zo stonden we een paar tellen later in de badkamer. Ik was er spontaan draaierig van en hing met mijn armen op en neus in de wastafel. Het vriendje, als een inspecteur over me heen gebogen, ontdekte inderdaad kleine Jaap: zo’n één cm groot was hij. Een pietsie benauwd piepte ik: ‘Ik hoef toch niet naar het ziekenhuis?’ Maar nee, dat hoefde niet, ik had mijn eigen dokter die gebood: ‘Blijf staan, ik zoek even de washand.’ DE washand. Er schijnt er welgeteld één in huis te zijn: een rode handpop-kinderwashand, met oortjes en ogen, een soort Elmo in washandvorm. Elmo hield echter zich stil en ik bloedde gestaag leeg. Ik riep dat hij dan maar zo’n donkergrijs gastendoekje moest pakken, en daarmee werd het meeste bloed weggehaald. We dachten dat een pleister niet zou plakken op mijn harige bolletje, dus de volgende jacht was op verband. Dit bleek naast Elmo te liggen: nergens. Ik bedacht dat ik in mijn tas een mini ehbo-kit had, waarin tien jaar oud verband moest zitten. En ja hoor: twee lapjes van dertig centimeter, verpakt in een vergaan papiertje. Dokter Love wikkelde met dik plezier het verband eerst over mijn ogen, maar even later was ik met behulp van wat tape keurig opgelapt.

Na het verschonen van het bed en een foto van plaats delict en mijn zielige hoofd, kwamen we eindelijk toe aan de nachtrust. De volgende morgen werd ik gewekt met een ‘Hallo mummie’ en een grijnzend ‘Doe je voorzichtig met douchen straks, als je zelfs in bed gewond kunt raken…’ Voor de mensen die zich zorgen maken over mijn licht geschudde hersenen: ik heb er niets aan overgehouden, behalve twee dagen lichte misselijkheid en hoofdpijn en een kleine deuk in mijn achterhoofd. Nadeel: nu het hier gepubliceerd is, kan ik nooit meer zeggen dat ik niet op mijn achterhoofd gevallen ben.

P.S. Gisteren heb ik Elmo gevonden, hij hield zich schuil in het uiterste hoekje van het badkamerkastje.

Column De Kantlijn – Nr 11 – Augustus 2019

P.S. Meer bedverhalen? Volg Jell op haar Facebookpagina!

No Comments

Leave a Comment